Totokkinderen in Nederland
Tuesday, March 23rd, 2010Lezers van deze laatste Archipel die net als ik regelmatig Indische tijdschriften, boeken en websites bekijken of bezoeken weten het vast al: Indo en Indo gaat in een relatie meestal niet samen. Dat is ook mijn ervaring. Dat heeft voor mij niets te maken met de oude mores binnen Indo-kringen om met een Nederlandse man of vrouw te trouwen. Ik heb in het verleden een paar keer gedate met een Indo-Europese man, in de hoop bij hen meer herkenning en begrip te vinden dan bij hun Hollandse, Surinaamse of Keniaanse voorgangers. Bovendien waren ze vaak gewoon bloedmooi om te zien en ja, ook mijn oog wil wat.
Aan herkenning was inderdaad geen gebrek. Sterker nog: die was er te veel. Hoe mooi en lief de Indo-mannen ook waren, telkens weer heb ik na een paar weken met verwarring en spijt afscheid van ze genomen. Het saamhorigheidsgevoel van wij-zijn-met-elkaar-verbonden kreeg binnen de kortste keren de overhand: alle aanwakkerende gevoelens van romantische liefde en hormonale lust daalden in rap tempo tot een absoluut nulpunt.
Maar nu. Nu heb ik een relatie met een kind van totoks. Ik voel me bij hem op mijn plek, ik voel me bij zijn familie op mijn plek. Zijn ouders kennen de buurten waar mijn ouders opgegroeid zijn, de kampen waar mijn grootouders in hebben gezeten, de schepen waarmee mijn vaders familie naar Nederland is gekomen (mijn moeder is hierheen gevlogen). De reislust die mijn familie en vele andere Indische families in het bloed zit, heeft ook die van hem geĂŻnfecteerd, net als gemak om om te gaan met andere culturen.
Mijn vriend begrijpt waar het vandaan komt als ik zeg dat ik mensen niet wil âpasserenâ. We kunnen samen Indisch koken als we een keer een kumpulan hebben. Als ik hem vertel dat ik weer eens met een overleden familielid heb gesproken, kijkt hij daar niet gek van op. En tegelijkertijd voel ik niet diezelfde familiaire herkenning als bij Indoâs, noch de daar mee gepaard gaande bijwerkingen.
Toch noemt hij zichzelf niet Indisch, gewoon Nederlands. Bij een van mijn beste vriendinnen is dat net zo. Zij noemt zichzelf Nederlandse, maar haar totok-moeder is geboren en getogen in Soerabaya. De Indische taferelen aan de muur, uitdrukkingen en niet te vergeten de tongval, riepen regelmatig een gevoel van thuiskomen op. Niet vreemd dat ik daar kind aan huis was. Zouden er meer totokkinderen zijn die zichzelf niet Indisch noemen, maar, misschien zonder het zich te realiseren, wel iets van de gebruiken overgenomen hebben?
Ik denk opeens terug aan een boekpresentatie van De Geschiedenis van Indische Nederlanders door Wim Willems in 2006. Een van de mensen in het publiek bij boekhandel Van Stockum in Den Haag vertelde dat hij een totok was en zichzelf wel als Indische Nederlander zag. Voor zijn kinderen gold dat niet, zei hij stellig: âIk ben Indisch. Mijn kinderen niet meer.â Ik ben benieuwd hoeveel herkenning ik voel als ik die zou ontmoeten. Want het zou zo maar kunnen dat een fraai âside-effectâ van bijna 300 jaar kolonialisme is dat Nederland veel Indischer is dan we zelf doorhebben. Met die geruststellende gedachte sluit ik mijn columns voor Archipel Magazine graag af.
Dit is mijn laatste column voor Archipel Magazine. Hij is geplaatst in de lente-editie 2010. Aangezien de redactie heeft aangekondigd een nieuwe focus te kiezen waar ik me niet bij thuis voel, ga ik in plaats daarvan vanaf volgende maand bloggen voor www.denhaagdirect.nl.







Jeroen Mann says:
March 23rd, 2010
19:19
Ga je ons op DenHaagDirect ook uitleggen wat een totok is? Want ik moet eerlijk zeggen dat ik dat niet weet.
Kirsten says:
March 23rd, 2010
19:28
Jeroen Mann says:
March 24th, 2010
22:50
mijn voorouders dus?
Kirsten says:
March 25th, 2010
00:16
Ja, inderdaad !
Patrick W says:
March 27th, 2010
00:44
Een mooi afsluitning. Jammer dat je stopt, maar heel veel succes bij denhaagdirect.nl
Kirsten says:
March 27th, 2010
01:39
@PatrickW: Dank je!