Wat weet jij nou?

Wednesday, October 21st, 2009

Er waren tijden dat ik me afvroeg hoe het kwam dat opvallend veel Indo’s eigenlijk Italiaans waren en een Javaanse prinses als voormoeder hadden. Waarom Indo’s onderling altijd zo gezellig waren, maar met diezelfde intensiteit van elkaar gebrouilleerd konden zijn. Of waarom mijn Indonesische overgrootmoeder nooit op formele familiefoto’s te zien was. Antwoorden op die vragen heb ik inmiddels. Maar sinds kort heb ik een nieuwe vraag.

Het mooie van de Indische cultuur vind ik dat ik opgegroeid ben met prachtige verhalen over een avontuurlijke jeugd. Elke verjaardag weer liet mijn grootvader iedereen de voorvallen meebeleven die hij in Indië had meegemaakt. Ik kan ze met geen mogelijkheid reproduceren want, los van het feit dat ik het helaas over bijna twintig jaar geleden heb, ik keek op zulke momenten vooral met grote trots naar hem. Hij kon zo genietend vertellen, zo smakelijk beschrijven en zo onbeschaamd om zijn eigen belevenissen lachen, dat hij iedereen voor zich won. Dàt was mijn opa, en geen andere opa had zulke bijzondere verhalen als hij. Hij wist hoe het zat.

Als kleinkind ben ik daar niet uniek in. Steeds meer generatiegenoten krijgen van hun grootouders voor het eerst de – niet altijd vrolijke – verhalen te horen die hun eigen ouders nooit gehoord hebben. En dat is ook zoiets moois van onze cultuur: iedere Indo heeft een eigen verhaal te vertellen; andere voorouders , andere ervaringen tijdens de Japanse bezetting, bersiap en repatriëring. Dat maakt iedere Indo uniek. Anders dan andere Indo’s. Alleen, als elke Indo uniek is, zijn we dan niet allemaal hetzelfde?

O, nu ben ik u helemaal vergeten mijn vraag te vertellen. Die borrelde op toen ik een e-mail kreeg van een jonge Indo, laten we hem Bob noemen. Bob vroeg mij te reageren op zijn opstel voor geschiedenis. Ik zal u eerlijk zeggen, ik twijfelde. Hoewel ik me behoorlijk in de Indische historie verdiept heb, weet ik dat ik lang niet alles weet. Maar goed. Ik besloot erop in te gaan, want in Bob’s werkstuk stond namelijk de ene onjuistheid na de andere. Zo schreef Bob “Je mocht alleen naar Nederland als je kon aantonen dat je een Nederlandse erkende voorvader had.” “Warga Negara’s (spijtoptanten) kwamen tussen 1957-1964 naar Nederland. ” en “Zo’n 350.000 Indo’s zijn naar Nederland gegaan en zo’n 1 tot 4 miljoen zijn er achter gebleven”. Iedere Indo die zijn geschiedenis kent, weet dat deze uitspraken bijna kloppen.

Dus schreef ik Bob. Dat ik het mooi vond dat hij zo met zijn achtergrond bezig was, maar dat de zaken iets genuanceerder lagen. Ik gaf Bob een aantal voorbeelden. Zo kon je wel een door Nederland erkende voorvader hebben, maar als die jou niet erkend had, was je nog geen stap dichterbij de boot. Een spijtoptant was niet hetzelfde als een warga negara; het waren ex-warga negara’s en bovendien waren er ook warga negara’s achtergebleven (die misschien spijtoptant hadden willen worden, maar goed, dat terzijde). En die cijfers lagen iets – behoorlijk – anders, maar daar moest hij toch echt zelf even onderzoek naar gaan doen.

Tot mijn grote verbazing kreeg ik als antwoord een doorgestuurde mail van Bob, waarin iemand hem complimenteerde met zijn stuk, en meerdere malen herhaalde: “Je hebt het goed aangegeven!”. Het ‘wat weet zij nou’ stond dikgedrukt tussen de regels door. Die iemand bleek zijn grootvader te zijn, die Bob had uitgelegd hoe het zat, daar vroeger, in Indië. Opeens realiseerde ik me de keerzijde van bewondering voor een grootvader, en van het gegeven dat alle Indo’s uniek zijn.

Ach, mijn vraag! Die was, hoe komt het toch dat er onder Indo’s zoveel varianten circuleren van de Indische geschiedenis?

Deze column is eerder gepubliceerd in Archipel Magazine 2009 (herfst).

Deel dit bericht:
  • Hyves
  • Facebook
  • LinkedIn
  • Friendfeed
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • NuJIJ
  • MySpace

4 comments on “Wat weet jij nou?”

  1. Ja, Kirsten, dit soort gevallen, zoals jij er een meemaakt, zijn mij bekend.

    De tweede generatie hield zich, in de jaren zestig en zeventig, bezig met lol maken en met voornamelijk zaken anders dan “indische”. Je weet wel Jimi Hendrix e.d.
    Nu is die tweede generatie vijftig of ouder en hun kinderen kunnen vaak niet bij hen terecht met vragen over vroeger in Indie.
    Ja, dan komt men terecht bij opa, vaak een Kniller, met zijn nog niet verwerkte frustraties want wie luisterde naar hem, met zijn kromme gedachtengangen, en dergelijke. Dit geldt dus niet voor alle opa’s ;-)

    Die kinderen nemen al die ideeen over van hoe het was of hoe het zou moeten zijn over, discussieren op internet, vullen zelf hiaten op door redeneren en proberen en met het trekken van de meest waanzinnige associaties, die mijn tenen doen krommen in mijn sandalen.
    Komt me daar een Kirsten Vos aan die uitlegt hoe het eigenlijk zit. Ja, wat weet ze nou, ze was er toch zelf niet bij geweest?

    Nou valt er 1 opa over jou, maar in mijn geval viel er een complete fanatieke derde generatie, als bloeddorstige Knillers, compleet met vereniging dreigend over me heen.

  2. Dank voor je reactie. En ja, ik kan me iets voorstellen bij de reacties die jij over je heen hebt gekregen…


  3. ing.R.L.Mertens says:

    Dag Kirsten,
    Als opa(bouwjaar 1936 op 14jr.leeftijd in Holland gearriveerd) van Bob=Stéphan noopt het mij om op jouw stuk te reageren.Allereerst wil mijn symphatie betuigen aan al diegenen die zich met dit onderwerp bezig houden.Ben dan ook bizonder trots dat mijn kleinzoon,net 15 jr.oud,dit onderwerp heeft gekozen en zelfs Archipel opinie kolom heeft gehaald.Veel kennis heeft hij via wikipedia verkregen.Mijn inbreng was hem vooral te wijzen op die Indo’s die de “andere kant”kozen en met feiten en meningen een zomogelijk objectieve kijk te geven op onze geschiedenis.En nu mijn reacties;
    -ad zin “Zo’n 350.000–etc”geeft al aan dat het grove schattingen zijn.Conform het CBS hdst.Demografie van de Indische Ned.van Beets zijn vanaf 1946 ca.254.000.naar Ned.gekomen en bereikte het aantal in 1959 325.000.personen.
    -ad de zin “deze warga negara’s(spijtoptanten)kwamen …”Een spijtoptant(aanduiding van de Ned.overheid!)is een warga negara(nationaliteit) die naar Ned.ging.Met jouw komentaar vertaling(aan Stephan) van “warga negara (Indonesia)=kleur van het land”, sla je plank volledig mis.Warga=burger en warna=kleur.Mijn advies is dan ook; raadpleeg bij behasa/maleis altijd een woordenboek.
    De discussies in mijn generatie, en die waren er zeker, heb ik altijd beeindigd met de woorden;”jouw Indië is/was niet de mijne”.
    Wellicht dat het nu nog steeds geldt.Echter;waarheids vinding moet altijd de drijfveer zijn.
    Ik wens je veel schrijverij over Indië toe.Met groet.

  4. Dag meneer Mertens,

    Uw tip zal ik zeker opvolgen. Het aardige is dat ook ik me daarbij heb laten leiden door een familielid. Zo zie je maar.

    vriendelijke groet van Kirsten

Leave a comment

tussen twee haakjes...

Zoeken