Puberteske verwachtingen over Indonesië
Friday, July 18th, 2008
Indonesië. Alle vier mijn grootouders zijn daar geboren en toen zij nog in leven waren, maakte dat land deel uit van mijn dagelijkse leven. Tegenwoordig weet ik niet zo goed wat ik met Indonesië aan moet. Sterker nog, sinds het overlijden van mijn laatste grootouder is Nederlands-Indië steeds belangrijker geworden. Vanuit mijn studie heb ik me uitgebreid verdiept in Nederlands-Indië. Haar geschiedenis vanaf Jan Pieterszoon Coen heb ik bestudeerd, én van huis uit had ik al een Indische opvoeding gehad. Nederlands-Indië, ja, daar heb ik wat mee. Maar met Indonesië?
Dankzij mijn grootvader gingen we 16 jaar geleden met de hele familie down memory lane in Indonesië. Op Soekarno-Hatta International Airport aangekomen kroop mijn oom op handen en voeten en kuste de grond, tot grote hilariteit van de rest. Dommig lachte ik mee, terwijl ik me lichtelijk verward voelde: hij maakte er een grap van, ik voelde herkenning! Tijdens de reis groeide dit gevoel van verwarring en ongemak. Het land stelde me steeds meer op mijn gemak, maar, ondanks onze omvangrijke gids Juan in Yogya, voelde ik me naast die tengere Javanen en Balinezen lomp en grof.
Ik voelde me niet bij die mensen horen. Wel bij het land, en dat al vanaf het eerste moment dat ik op Indonesische bodem stond. Mijn oom, die in leeftijd dichter bij Indonesië staat dan ik, zei juist geen speciale band met dat land te voelen. Daardoor durfde ik niet te zeggen dat ik dat wel voelde. Bovendien had ik misschien wel te hoge verwachtingen. Als je moeder dan ook nog eens met Indische gedecideerdheid te kennen geeft dat het ‘flauwekul’ is dat mensen die er niet geboren zijn bij eerste aankomst een band met Indonesië claimen te voelen die specialer is dan aankomst in Duitsland (of een ander land van hun Europese voorouders), ja, dan durf je al bijna geen speciale verwachtingen te hebben.
Jarenlang is deze tweestrijd niet aan de orde geweest, totdat ik twee jaar geleden naar Singapore ging. Op het kleine verschoten tv-toestel aan het plafond van het vliegtuig, zag ik hoe ver we van de bestemming verwijderd waren. Terwijl het vliegtuigje op het scherm niet alleen dichterbij Singapore kwam, maar ook bij Sumatra, voelde ik tot mijn eigen verbazing een gevoel van opwinding groeien. Ik was weer dichtbij, schoot het door mijn hoofd. Tijdens mijn verblijf in Singapore kon ik om praktische redenen de oversteek van slechts één uur naar het eiland Batam niet wagen, maar sinds dat moment leeft Indonesië wel weer. Toegegeven, het is een zwak brandend waakvlammetje, geen hartverwarmend haardvuur zoals Nederlands-Indië, en toch, sinds kort ben ik weer nieuwsgierig. Zodra ik de koudwatervrees overwonnen heb die ontstaan is na die bevreemdende eerste keer, is het tijd geworden om eindelijk eens als volwassene op reis te gaan naar Indonesië.
Ik schrijf columns voor Archipel, een magazine over Indonesië. Dit is de eerste uit het zomernummer van 2008. Je kan die gepubliceerde versie ook als pdf downloaden (3,3mb).











Henri says:
February 18th, 2010
12:32
Kirsten, ik haal aan:…. Als je moeder dan ook nog eens met Indische gedecideerdheid te kennen geeft dat het ‘flauwekul’ is dat mensen die er niet geboren zijn bij eerste aankomst een band met Indonesië claimen…..
In 2003 kreeg mijn dochter, in Zwolle geboren en slechts een héél klein pietepeuterig beetje Indisch meegekregen van me in haar oh zo Nederlandse opvoeding, een reis naar Indonesia als geschenk voor het behalen van haar diploma.
Voordat ze vertrok leerde ik haar een paar kleine regeltjes over ‘s lands eer, ‘s lands wijsheden zodat ze niet geheel ongeslagen ten ijs zou komen.
Ook zei ik haar om te zien, ruiken en voelen als ze de vliegtuigtrap in JKT zou afdalen. Ze vertrok, zonder mij, aangezien ze nog een paar beestjes had, die verzorgd moesten worden.
Ze arriveerde, dook asap een telefooncel in en belde me op en sprak het antwoord apparaat in: “Pa, ik weet nu wat je bedoelt. Ik weet nu wat dat onbestendig gevoel van je is.” Meer sprak ze niet in.
Zonder enige voorkennis en/of verzoek van me naar haar toe, dook ze halverwege haar reis, zomaar een in oud Nederlands Indische kringen bekend staand theehuis annex restaurant Toko Oen in en zetelde zich daar neer, op dezelfde plek waar 80 jaren ervoor haar jong gestorven oma ook zat en destijds van haar thee genoot.
Op mijn verzoek moest ze pasarbloemen strooien voor haar oma en dat deed ze voor de allereerste keer van haar leven midden op een héél druk kruispunt en de foto bewijst het: Van alle 4 de windrichtingen komend, stond het verkeer een moment stil voor die Turunan Belanda met haar pasarbloemen aan het strooien voor haar nooit gekende oma.
Een speciale binding hebben? Natuurlijk wel, het zit gewoon in de genen die dat land afgeeft aan allen, die ervan houden, of het nu Nederlands Indie heette of nu Indonesia. Die grond en alles wat er te maken mee heeft is nog steeds hetzelfde en zal altijd hetzelfde blijven. Als je er maar open voor staat, zeg ik maar.
Greetz en succes.